e-mail van 26 januari
Beste/lieve studenten en leerlingen,
Zoal bekend heeft de minister in de Kamer toegezegd een voorstel uit te werken voor een vak wiskunde B met 600 uren en
dit te toetsen bij alle betrokkenen.
Hierbij een ambtelijk concept daarvan.
Zouden jullie daarover uiterlijk maandag a.s. een oordeel willen geven?
Voor de volledigheid: het gaat om een uitwerking van wat de minister in de Kamer heeft toegezegd. Zij heeft daaraan
toegevoegd dat zij niet opnieuw gaat onderhandelen over het aantal uren. Zie zonodig het concept van het verslag van
het overleg in de Kamer op www.tweedekamer.nl
We leggen dit ook voor aan een aantal andere organisaties/deskundigen. Mede aan de hand van de afweging of er
draagvlak blijkt voor een voorstel in deze richting zal de minister beslissen! Het bijgaande is dus niet meer dan een
(concept)voorstel!
Met vriendelijke groet,
Roelco Offerein
drs. Roelco Offerein
senior beleidsmedewerker
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Directie Voortgezet Onderwijs/IPC2650
ons antwoord van 31 januari
Beste Roelco Offerein,
Zoals we gisteren beloofd hebben, sturen wij hierbij onze reactie op het nieuwe voorstel van de minister.
Eigenlijk zijn we gewoon heel erg teleurgesteld. Door eerst 240 uur van het aantal verplichte uren wiskunde te halen,
en vervolgens 80 uur daarbij te voegen, komt het op ons enkel neer als een politieke truc om alsnog ruim 20%
wiskunde-uren te schrappen. Het vertrouwen in wiskunde D is er bij ons ook absoluut niet. Wij spreken uit eigen
ervaring als wij stellen dat een scholier het nut van een keuzevak wiskunde niet beseft. Een gemiddelde middelbare
school heeft slechts 10 N&T-scholieren. Het is daarom irreeel om van een middelbare school te verwachten dat deze een
keuzevak aanbiedt, welke slechts te kiezen is door 10 scholieren, die ook nog eens kunnen kiezen voor 3 andere vakken.
Het gevolg zou zijn dat scholen zich profileren als "wiskunde-school", maar dat is geen goede gang van zaken. Een
scholier kan niet op 11-12 jarige leeftijd al de keuze maken voor een dergelijke "wiskunde-school", en switchen
gedurende de middelbare schooltijd is onwenselijk, en zal in de praktijk zelden of nooit voorkomen.
Universiteiten moeten bij hun instapniveau rekening houden met de "zwakste" schakels, en kunnen dus niet uitgaan van
zogenaamde (keuze) Wiskunde D kennis. We voelen ons dan ook beledigd door een opmerking in het conceptvoorstel waar
gesproken wordt over "vrijstelling". Wij denken dat het voorkomen van aansluitingscursussen prioriteit heeft.
Op ons komen het voorstel en de woorden van de minister over alsof ze met het terugbrengen van de het aantal
verplichte uren wiskunde, het N&T-profiel aantrekkelijker wil maken. Wij zijn er van overtuigd dat dit niet het geval
zal zijn. Een scholier kiest niet enkel voor zijn profiel, maar ook enigszins voor zijn vervolgstudie. Wanneer de
aansluiting daarvoor onhaalbaar is, zal een scholier dit in zijn keuze meenemen.
Daarnaast lijkt het ons onnodig om de examenstof te verkleinen. Het enige gevolg is het risico dat middelbare scholen
niet te examineren stof niet meer behandelen, waardoor de aansluiting weer in gevaar komt.
Wij hebben het gevoel nog niet helemaal serieus genomen te worden. Wij strijden niet enkel voor nieuwe plannen van de
minister, maar concluderen dat het bij onszelf mislukt is. Taak is dus om in het nieuwe plan niet het huidige niveau
te evenaren, maar dat sterk te verbeteren.
Als alternatief willen wij graag het volgende voorstel doen:
Laat het ANW-vak volledig vallen uit het N&T en N&G profiel. Door natuurlijke interesse hebben deze scholieren de te
verwerven kennis in dit vak al in bezit. Wij spreken hierbij wederom uit eigen ervaring. De uren (120) die daardoor
vrijkomen, kunnen direct aan wiskunde A of B worden besteed. Inmiddels is namelijk duidelijk dat ook wiskunde A voor
de N&G-scholieren tekort zal schieten.
Wij begrijpen dat meer uren wiskunde mogelijk te veel zullen eisen van de wiskundeleraren. Daarom stellen wij voor om
universitair docenten aan te stellen als wiskundeleraren. De student-docent verhouding op de universiteit bij
beta-studies als wiskunde maakt dit absoluut mogelijk. Zo kunnen universiteiten zelf het niveau op de middelbare
school in de gaten houden, door bijvoorbeeld universitair docenten, die college geven aan eerstejaarsstudenten, deze
lessen te laten verzorgen. Daarnaast kan dit directe contact tussen hoger beta-onderwijs en middelbare scholieren de
keuze voor een beta-studie bevorderen. Inmiddels hebben we van verschillende universiteiten vernomen dat ze dit een
zeer goed idee vinden.
Bovendien willen wij dat de hoeveelheid examenstof niet naar beneden wordt bijgesteld.
Met vriendelijke groet,
Frank van Rest
h.t. assessor De Leidsche Flesch
Gonny Hauwert
h.t. assessor De Leidsche Flesch
de reactie op 1 februari
Beste Frank van Rest,
Dank! Ik kijk wat ik ermee kan doen. Maar eerlijk gezegd denk ik niet erg veel. Het voorstel om anw te schrappen in de
bčtaprofielen (ook vaak door leerlingen van die profielen naar voren gebracht) heeft namelijk voor het overige geen
steun.
En jullie optimisme dat een door een groter aantal uren wiskunde groter wordend probleem van het tekort aan leraren
wiskunde zou kunnen worden opgelost door het aanstellen van universitaire docenten in het vo omdat de universiteiten
beschikken over een veel ruimere personeelsomvang deel ik niet. Overigens is in de discussie over het aantal uren
wiskunde de beschikbaarheid van leraren nooit een argument geweest!
Vriendelijke groet,
Roelco Offerein
drs. Roelco Offerein
senior beleidsmedewerker
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Directie Voortgezet Onderwijs/IPC2650
Terug naar het begin








